Uw partner in debiteurenbeheer

Geen KvK-heffing meer vanaf 2013

De heffing die ondernemers elk jaar aan de Kamer van Koophandel moeten betalen, verdwijnt vanaf 2013. Dat maakte het ministerie van Economische Zaken dinsdag bekend.

Ondernemers met een eenmanszaak betalen nu jaarlijks gemiddeld ruim 40 euro, grotere bedrijven betalen ongeveer drie keer zo veel. In totaal gaat het elk jaar om ruim 160 miljoen euro.

Volgens minister Maxime Verhagen moet de ondersteuning voor ondernemers effectiever en goedkoper worden.

Werkgeversorganisaties
Economische Zaken overlegde voor het besluit met de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland en de Kamers van Koophandel. De werkgeversorganisaties zijn blij met het schrappen van de ”jaarlijks terugkerende ergernis.”

Voor veel ondernemers is het niet vanzelfsprekend dat ze moeten meebetalen aan activiteiten van de Kamer van Koophandel waar ze zelden of nooit gebruik van maken, zoals voorlichting aan mensen die een bedrijf willen starten of stimulering van de economie in de regio, aldus MKB Nederland en VNO-NCW.

Zij juichen het toe dat de twaalf regionale Kamers van Koophandel opgaan in een nieuwe organisatie, die wordt gefinancierd uit de algemene middelen.

Bron: ANP

Elektronische toezending van berichten en termijnoverschrijding

Betrokkene heeft via het aanvinken van het desbetreffende vakje op de website van de Minister, kenbaar gemaakt in te stemmen met elektronische toezending van berichten van de Minister. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank daarin.

Appellant heeft aangevoerd dat hij ten tijde van de ontvangst van het bericht niet meer het e-mailadres gebruikte dat hij eerder aan de Minister had opgegeven. Dat adres heeft hij nog wel aangehouden. De Raad stelt met de rechtbank vast dat appellant de Minister niet tijdig kenbaar heeft gemaakt berichten van de Minister via een ander e-mailadres te willen ontvangen. De gevolgen hiervan zijn voor zijn risico. Nu het besluit van 17 oktober 2009 op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, heeft de rechtbank met juistheid vastgesteld dat appellant de bezwaartermijn heeft overschreden.

Bron: Centrale Raad van Beroep

Opzetten besloten vennootschap (bv) stuk goedkoper

Mensen die een bv willen opzetten hebben daar in de toekomst geen notariële akte meer voor nodig. In veel gevallen is zo’n akte niet nodig.

Dat zegt minister van Economische Zaken Maxime Verhagen (CDA) zaterdag in De Telegraaf.

De maatregel levert startende ondernemers een besparing van gemiddeld duizend euro op en verlost ze van veel papieren rompslomp.

Een notariële oprichtingsakte is nu nog verplicht bij het opzetten van een eigen bedrijf. Een besloten vennootschap kan een nuttige bedrijfsvorm zijn, omdat het privévermogen veilig is als het bedrijf onverhoopt failliet gaat.

Meerdere belanghebbenden
In gevallen waarbij meerdere belanghebbenden aandelen hebben in de bv blijft een notariële akte wel noodzakelijk.

Eerder schrapte het kabinet al de verplichting om achttienduizend euro startkapitaal over te maken bij het opzetten van een bedrijf, maar die maatregel is nog niet goedgekeurd door de Eerste Kamer.

Wetswijziging
Verhagen en zijn collega van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten bereiden een wetswijziging voor om de verplichte notariële akte af te schaffen. Het streven is om het voorstel volgend jaar naar de Tweede Kamer te sturen. Door de maatregelen dalen de administratieve kosten van het oprichten van een bv met negentig procent.

Lastenverlichting
MKB-Nederland is ingenomen met de aangekondigde maatregelen en spreekt van een belangrijke lastenverlichting. “Op deze manier wordt de bv-vorm toegankelijker voor beginnende ondernemers. Ook wordt het bv-recht weer meer gericht op het faciliteren van ondernemerschap en veel minder op formaliteiten.” De belangenorganisatie pleitte al langer voor een dergelijke vereenvoudiging.

Bron: Rechtennieuws.nl/Novum

Minder vergoeding bij ontslag vanwege nieuwe kantonrechtersformule

In steeds meer sociale plannen bij een faillissement wordt de nieuwe kantonrechtersformule gehanteerd. Werknemers krijgen door deze formule een lagere ontslagvergoeding.

Dat blijkt uit onderzoek van werkgeversorganisatie AWVN in 72 sociale plannen die in het afgelopen jaar zijn afgesproken.

In de afgelopen twaalf maanden werd in iets meer dan de helft van de sociale plannen de nieuwe formule gehanteerd. In 2009, het jaar dat de nieuwe formule om de ontslagvergoeding te berekenen werd ingevoerd, was dit nog maar in een kwart van de plannen het geval.

Dienstjaren
Met de kantonrechtersformule wordt de ontslagvergoeding berekend, op basis van dienstjaren en leeftijd. In de nieuwe formule tellen niet alle dienstjaren even zwaar mee.

Vakcentrale FNV heeft altijd geageerd tegen de nieuwe formule waardoor een ontslagen werknemer minder geld meekrijgt. “Het lukt de bonden niet meer het gebruik hiervan tegen te houden,” licht een woordvoerder toe, “maar wij betreuren het gebruik ervan nog altijd zeer.”

De AWVN is blij met het gestegen gebruik. “Omdat kantonrechters in individuele ontslagzaken hun eigen nieuwe formule toepassen, leidt gebruik van de oude formule in sociale plannen tot een niet-uitlegbare rechtsongelijkheid voor werknemers.”

Vertrekstimuleringsregeling
De AWVN stelde daarnaast vast dat in bijna tweederde van de sociale plannen een vertrekstimuleringsregeling wordt opgenomen. Als een werknemer daar gebruik van maakt, zie hij of zij af van het sociale plan.

In 49 van de 72 onderzocht plannen werd interne herplaatsing geregeld, externe plaatsing werd in alle landen op één plan geregeld. Volgens de werkgeversorganisatie nemen de werkgevers een groot deel van de kosten van deze regelingen voor hun rekening.

Bron: Rechtennieuws.nl/Novum

Volg-me-niet-register op internet

Nederland heeft vanaf dinsdag een volg-me-niet-register. Het is vergelijkbaar met het bel-me-niet-register, en is bedoeld om de privacy van internetgebruikers te garanderen.

Het register wordt ondersteund door de belangrijkste Nederlandse internetexploitanten en wordt geleid door brancheorganisatie Interactive Advertising Bureau Nederland (IAB).

Advertenties krijgen een icoon dat leidt naar een pagina met daarop de privacypolicy van de betreffende organisatie. Daar kan de gebruiker aangeven niet langer gevolgd te willen worden middels zogeheten cookies.

De internetpartijen die bij het initiatief betrokken zijn, zeggen meer dan driekwart van de Nederlandse markt te vertegenwoordigen. Ze reageren hiermee op het cookieverbod dat de overheid wil invoeren.

Bron: Rechtennieuws.nl/Novum

Introductie digitale rechtszaak voor consumenten en ondernemers per 2012

Het kabinet gaat concrete stappen zetten om vanaf 2012 een eenvoudige, informele en snelle digitale procedure voor consumenten en ondernemers mogelijk te maken.

Partijen kunnen dan hun geschil in een beveiligde elektronische omgeving aan de kantonrechter voorleggen. Dat schrijft minister Opstelten van Veiligheid en Justitie aan de SER-Commissie voor Consumentenaangelegenheden (CCA). Hij reageert hiermee op een advies van de CCA van maart 2011 over de toegang tot het recht voor de consument en de ondernemer.

In dit advies dringt de CCA aan op spoedige invoering van een eenvoudige procedure voor eenvoudige zaken, waarvoor zij al in 2007 voorstellen heeft gedaan. Dat deze procedure nog niet mogelijk is, begint volgens de CCA steeds meer te knellen, omdat het kabinet enkele maatregelen heeft aangekondigd die van invloed kunnen zijn op de toegang tot de rechter, zoals kostendekkende griffierechten en besparingen op de gefinancierde rechtsbijstand.

Minister Opstelten zal in september 2011 een innovatieprogramma naar de Tweede Kamer sturen waarin de nieuwe eenvoudige procedure wordt aangekondigd.

Bron: Sociaal-Economische Raad (SER)

Verhoging competentiegrens Kantonrechter

De competentiegrens van de kantonrechter is per 1 juli 2011 verhoogd van 5000 euro naar 25.000 euro.

De Eerste Kamer heeft op 17 mei 2011 ingestemd met (delen van) het wetsvoorstel Evaluatiewet modernisering Rechterlijke Organisatie. Door deze wetswijziging zijn zaken met betrekking tot consumentenkrediet (tot 40.000 euro) en consumentenkoop eveneens verschoven van de civiele (handels)rechter naar de kantonrechter. Procespartijen zijn daardoor ook in deze zaken niet meer verplicht om zich bij de procedure te laten bijstaan door een advocaat.

Bron: Rechtspraak

Concurrentiebeding in faillissement

Wanneer een onderneming in staat van faillissement wordt verklaard, ontslaat de curator vrijwel altijd onmiddellijk al het personeel. Tegelijkertijd probeert de curator de waarvolle zaken van de onderneming, zoals voorraad, contracten en personeel, te verkopen; doorgaans aan een concurrent.

Zowel de curator als de overnemende concurrent hebben dan belang bij het handhaven van het concurrentiebeding terwijl de ontslagen werknemers belang hebben bij vrijstelling van het beding. De vraag is dan ook wie eventueel een beroep kunnen doen op het concurrentiebeding: de failliete werkgever, de koper van de failliete boedel (de doorstarter) en/of of de curator van de boedel.

De failliete werkgever wordt geacht geen belang meer te hebben bij het handhaven bij het concurrentiebeding, de onderneming is immers geëindigd en de activiteiten zijn gestaakt. Voor wat betreft de koper van de failliete boedel geeft de wet een duidelijk antwoord: de rechten uit een concurrentiebeding gaan niet over naar de verkrijger van de onderneming. De koper van een failliete boedel kan dus geen beroep doen op het concurrentiebeding.

Kan de curator dan een beroep doen op het concurrentiebeding? Een wettelijke bepaling ontbreekt. In 2004 werd weliswaar een poging ondernomen om dit wettelijk te regelen, maar het wetsvoorstel – waarin werd bepaald dat het concurrentiebeding komt te vervallen bij faillissement – werd niet aangenomen door de Eerste Kamer. Nadien is geen wettelijke regeling meer tot stand gekomen, waardoor deze vraag of moet worden beoordeeld aan de hand van rechtspraak.

De lagere rechtspraak laat een zeer gevarieerd beeld zien. De meeste kantonrechters zijn van mening dat een faillissement op zich zelf genomen niet afdoet aan de werking van het concurrentiebeding, maar dat de curator wel een zwaarwegend belang moet hebben bij handhaving van het concurrentiebeding. De belangen die de werknemer(s) hebben bij het in dienst treden van een concurrent en het belang van de curator bij handhaving van het beding worden dus tegenover elkaar afgewogen, waarbij onder meer wordt gekeken naar de vraag of de overstap van de werknemers naar een concurrent de doorstart van het failliete bedrijf onmogelijk maakt. Immers de curator is er niet bij gebaat als werknemers overstappen naar concurrent A terwijl de curator de activiteiten wil verkopen aan concurrent B. Het kan wel zijn dat concurrent B de boedel niet meer wil overnemen omdat er een aanzienlijk risico bestaat dat de werknemers bij bedrijf A al contact hebben opgenomen met de oude klantenkring en bijvoorbeeld al begonnen zijn bij de nieuwe werkgever om lopende projecten af te ronden.

Of de curator een beroep kan doen op het concurrentiebeding is, naast bovengenoemde belangenafweging, mede afhankelijk van de tekst van het concurrentiebeding. Zo bepaalde het Hof Den Bosch in 2007 (JOR 2007/58 ) dat de curator in die zaak geen beroep kon doen op het concurrentiebeding nu contractueel was overeengekomen dat het beding alleen van kracht was “als de werknemer op eigen verzoek of door eigen schuld of toedoen het bedrijf heeft verlaten”. Bij een “gedwongen” ontslag van de curator werd daaraan niet uiteraard niet voldaan. Hoewel de werknemers na het ontslag maar voor afloop van de opzegtermijn in dienst waren getreden bij de concurrent kon de curator dus geen beroep op het beding. Dat gold temeer nu de curator noch voor het ontslag en noch in de ontslagbrief uitdrukkelijk had bedongen dat de werknemers in verband met de doorstart niet voor het einde van de opzegtermijn elders in dienst zouden treden. Wil de curator dus een beroep op het concurrentiebeding doen tot einde opzegtermijn dan zal hij dat in ieder geval voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst kenbaar moeten maken.

Voorts bepaalde het Hof Den Bosch in voornoemde uitspraak dat de concurrent die de werknemers in dienst nam niet schadeplichtig heeft gehandeld jegens de curator, dat kan alleen wanneer sprake is van bijkomende bijzondere omstandigheden.

mr. Fleur Costa Baiôa, Wieringa Advocaten Amsterdam

Verhoging griffierechten risico voor maatschappij

De voorgenomen verhoging van griffierechten zal negatieve effecten hebben op de samenleving en de economie. Dat stelt de Raad voor de rechtspraak in een advies aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het wetsvoorstel Kostendekkende griffierechten.

Invoering van de kostendekkende griffierechten maakt de gang naar de rechter vooral voor burgers, maar ook voor bedrijven, een stuk moeilijker. De gedachte dat rechtspraak een (particuliere) nutsvoorziening is waarvan de kosten ten laste van de gebruiker dienen te komen, miskent de belangrijke rol die goede rechtspraak voor de gehele samenleving vervult.

In Nederland wordt weinig geprocedeerd. Een zeer gering percentage juridische conflicten komt uiteindelijk bij de rechter terecht. Het verder terugdringen van het beroep op de rechter is onwenselijk. Als mensen er door de hoge kosten van afzien om een rechtszaak te starten, ontstaan andere mechanismen om conflicten op te lossen. De kans bestaat dat mensen hun verplichtingen gaan ontduiken. Zij worden op de naleving ervan toch niet aangesproken. De hogere tarieven maken het ook moeilijker om via de bestuursrechter het handelen van de overheid te controleren.

Economisch belang
Een toegankelijke rechtspraak draagt bij aan een gunstig investeringsklimaat en heeft per saldo een positief effect op de economie. Terugdringing van de rol van de rechtspraak in de samenleving kan een negatief effect op de economie hebben. De economie kan slechts draaien als de naleving van contracten uiteindelijk via de rechter kan worden afgedwongen.

Verstek
Beperking van de toegang voor burgers tot het recht kan er in de hogere tariefzones toe leiden dat vermogende partijen procedures starten terwijl zij weten of kunnen vermoeden dat de gedaagde partij het griffierecht niet kan betalen. Dit kan voor de gedaagde partij reden zijn geheel af te zien van het verweer en verstek te laten gaan. In dit geval kan de civiele rechter niet anders dan de gedaagde in het ongelijk stellen. Hij heeft niet de bevoegdheid om de zaak inhoudelijk te behandelen als de gedaagde verstek laat gaan. Dit is een ongewenste situatie.

In het wetsvoorstel worden volgens de Raad de grenzen van het aanvaardbare opgezocht waar het gaat om de toegang tot de rechter. Met name om die reden wordt geadviseerd het wetsvoorstel niet in deze vorm in te voeren.

Bron: Raad voor de Rechtspraak

Verhoging wettelijke rente voor niet-handelstransacties

De ministerraad heeft op voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en minister De Jager van Financiën ingestemd met een verhoging van de wettelijke rente voor niet-handelstransacties van 3 naar 4 procent. Het besluit gaat in op 1 juli 2011.

De wettelijke rente is de rente die verschuldigd is als vergoeding voor vertragingsschade bij een verbintenis tot betaling van geldschulden. De vorige wijziging vond plaats op 1 januari 2010.

Bron: ministerraad

© Kordaat Incasso | Powered by Goeman | Disclaimer | Voorwaarden | slot